Evangelisatie als taak voor de gemeente
Bijbelse onderbouwing
Vlak voor Zijn hemelvaart heeft Christus aan Zijn discipelen een opdracht gegeven. Alle evangelisten hebben hiervan een verslag geschreven. Lukas heeft het zelfs herhaald aan het begin van Handelingen. De Heilige Geest heeft het nodig gevonden om deze opdracht zo sterk te benadrukken. Het zendingsbevel van de Heere Jezus luidt ‘Gaat dan heen, onderwijst al de volken’ (Matth. 28 : 19).
Daarbij werd echter Jeruzalem – de stad waar Gods verbondsvolk de Christus der Schriften verworpen had door Hem in de handen van de onrechtvaardigen over te geven - niet vergeten. In Lukas 24 : 47 en Handelingen 1 : 8 lezen we hoe de verkondiging juist begínt in Jeruzalem, en van dááruit de gehele wereld moet ingaan. Dat is ook de lijn van het Oude Testament: allereerst richt de Heere Zich in de verkondiging van Zijn Woord tot Zijn volk, dat zij tot de Heere zouden terugkeren (Jer. 3 : 22). Het Evangelie begint dus ook hier bij de Jood en daarna de Griek. In dat licht willen wij ook onze roeping voor Nederland plaatsen, wat van oudsher toch duidelijk onder Gods verbond gekomen is, hoewel het daar nu steeds meer van vervreemdt.
De Heere Jezus verbindt de zaligheid aan de roeping door het Woord. Tot dat werk is de Kerk geroepen. Bij de apostel Johannes vinden we het zendingsbevel op een geheel eigen wijze terug. Hij verhaalt hoe de Heere Jezus aan Zijn discipelen verschijnt en tegen hen zegt: ‘Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden’ (Joh. 20 : 21).
De zending van de apostelen wordt hier verbonden aan de zending van Jezus Zelf. Hij is de Gezondene van de Vader. Hij is gehoorzaam geweest en gekomen op het bevel van Zijn Vader om verlorenen te zoeken en te zaligen.
Alle zendings- en evangelisatiewerk is verankerd in de zending van Christus. Dezelfde God, die Zijn Zoon in de wereld gezonden heeft, zendt ook boodschappers van het evangelie van Zijn Zoon de wereld in om daar de tijding van het evangelie te brengen.
Diepste motivatie
De diepste motivatie van het evangelisatiewerk is de innerlijke barmhartigheid van God. Hij is bewogen met zondaren. Hij is in Zichzelf bewogen (Lukas 1 : 78). God heeft Zichzelf bewogen om de Zaligmaker der wereld te zenden. Het bevel om de wereld in te gaan komt ook bij de Heere vandaan. Vanuit die zending door de Vader zendt Jezus Zijn discipelen. U kunt dat lezen in Johannes 20. Na Zijn opstanding verschijnt Jezus aan de tien discipelen. Het is die keer dat Thomas er niet bij is. En Hij zegt daar tegen hen: ‘Vrede zij ulieden, Zoals Mij de Vader gezonden heeft, zendt ik ook U.’ En daarna blaast Hij op de discipelen en zegt: ‘Ontvangt de Heilige Geest.’
Opdracht van Jezus
Alle vier de Evangeliën maken er melding van dat de discipelen de opdracht krijgen het Evangelie te gaan verkondigen.
Mattheüs 28 : 19
‘Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.’
Markus 16 : 15, 16
‘En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelieaan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden.’
Lukas 24 : 47, 48
‘En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. En gij zijt getuigen van deze dingen.’
Johannes 20 : 21
‘Jezus dan zeide wederom tot hen: Vrede zij ulieden, gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zende Ik ook ulieden. En als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen, en zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest.’
Dit geldt niet alleen de discipelen, ambtsdragers, dominees, zendelingen of evangelisten. De christelijke gemeente is geroepen naar het woord van Paulus om onstraffelijk te zijn in het midden van een krom en verdraaid geslacht onder welke gij schijnt als lichten in de wereld:
Filippenzen 2 : 15, 16
‘Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde,onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld; Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid.’
Een ieder die aan Christus verbonden is heeft de opdracht om Zijn Naam te belijden voor de mensen:
Mattheüs 10 : 32
Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.’
In het Nieuwe Testament zien we ook dat gemeenten groeiden door het getuigenis van hen die tot het geloof in de Heere Jezus Christus gekomen zijn. Denkt u bijvoorbeeld aan de gemeente van Filippi waar Paulus de stad moest verlaten na de bekering van Lydia en de stokbewaarder met zijn huis. Toch schrijft Paulus nog geen twee jaar later een brief aan de gemeente te Filippi.
Het bovenstaande in ogenschouw nemende kunnen we niet anders concluderen dan dat de gemeente geroepen is het evangelisatiewerk ter hand te nemen. Het belangrijkste motief is dat we gehoorzaam dienen te zijn aan het bevel van Christus, gegeven aan Zijn Kerk. Vervolgens is het belangrijk vanwege de geestelijke nood waarin zo velen verkeren, omdat ze Christus niet kennen.
Het is een voorrecht om te mogen evangeliseren. Er is geen zaliger boodschap om bekend te maken dan dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken (Lukas 2 : 17, 1 Tim. 1 : 15).
Bovenstaande tekst is hoofdstuk 1 van het document:
" Evangelisatie als taak voor de gemeente "
Download hele document
Download samenvatting
|